Wat is de Q-factor?

Praten over ruimtelijke kwaliteit levert nogal eens vurige discussies op. Over smaak valt niet te twisten maar over ruimtelijke kwaliteit wel. Het is een gesprekspunt bij alle ruimtelijke ingrepen die van betekenis zijn voor de leefomgeving.

Onder de naam Q-factor onderzoeken Sandra van Assen en José van Campen de betekenis van de ruimtelijke kwaliteitsadvisering en de vraag hoe die advisering op een zorgvuldige en effectieve manier kan worden uitgevoerd.

Op deze website kunt u ons onderzoek volgen. U vindt hier de resultaten van ons eerste onderzoek naar kwaliteitsteams tussen 2011 en 2014 en de bevindingen van ons vervolgonderzoek naar ruimtelijke kwaliteitsadvisering. Hiermee starten we in 2017 in een parallel promotietraject aan de TU-Delft.

De Q-factor 

Wij introduceren de Q-factor als gespreksmodel voor de professionaliteit van een ruimtelijk kwaliteitsteam. De Q-factor staat voor de mate waarin een team met gezag, souplesse en effectiviteit opereert in het verschuivende krachtenveld van opdracht, omgeving en ontwerp. Het gaat niet om een stempel of een rapportcijfer, maar om een manier om de professionaliteit systematisch bespreekbaar en kenbaar te maken voor bestuurders, leden, opdrachtgevers, klanten en andere betrokkenen.

161113-the-q-factor-2-0-def

Ruimtelijke kwaliteit komt niet tot stand door het uitvoeren van een blauwdruk of het afvinken van criteria. Bij complexe opgaven en plannen moet maatwerk mogelijk zijn. Daarom is er altijd afwegingsruimte voor bestuurders. Maar hoe paren we vrijheid, flexibiliteit en maatwerk aan behoorlijke besluitvorming en hoge ruimtelijke kwaliteit? In Nederland hebben we goede ervaringen met wat landschapsarchitect Dirk Sijmons ‘de methodiek van het deskundigenoordeel’ heeft genoemd. Misschien heeft dat te maken met de lange geschiedenis van maakbare steden en landschappen, waarbij het zoeken naar ruimtelijke kwaliteit – als synthese van schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid – altijd een rol heeft gespeeld. In de traditie van Thorbecke onthoudt de overheid zich van inhoudelijke oordeelsvorming over kunstwerken en besluit op basis van een inhoudelijk advies door een commissie van deskundigen. Zo is het gebruik ontstaan dat bestuurders zich laten adviseren over de vraag of een plan een positieve bijdrage levert aan zijn omgeving.